Momenten is een periodieke publicatie van Demos, kenniscentrum voor participatie en democratie.
Made by OYA.
Transversaal vernieuwen bij rocsa
Vzw rocsa is een Gentse sociaal-artistieke werking die sinds 2005 actief is in de wijk Rabot-Blaisantvest. Het letterwoord ‘rocsa’ staat voor ‘recht op cultuur, sociaal en artistiek’. Drie jaar geleden trok rocsa resoluut de kaart van de stedelijkheid. Sinds dan focust ze op al wat in en rondom een stad leeft, beweegt en beleefd wordt. Zo heeft rocsa met de ‘rocsa singers’ een eigen zanggroep in huis, organiseert ze filmavonden, startte ze onlangs het sociaal-artistiek-economisch textielproject ‘Made by OYA’ op en beheert ze ‘de Site’, een creatieve ontmoetingsplaats.
Ieder sociaal-artistiek traject is een zoektocht. Een traject dat ontstaat vanuit een vraag, nood en/of opportuniteit. Deelnemers, medewerkers en kunstenaars zoeken vervolgens naar een eigen manier en een eigen taal om die nood op een artistieke en sociale manier te verbeelden, vorm te geven en uiteindelijk terug te geven aan een (liefst zo divers mogelijk) publiek. Tot daar de theorie.
In de praktijk reikt een ‘sociaal-artistiek traject’ vaak een stuk verder. Het werken in diverse contexten impliceert immers dat sociaal-artistieke werkingen steeds opnieuw een eigen methodiek, een ‘eigen taal’ moeten ontwikkelen. Deze ‘eigen taal’ ontstaat buiten de gekende kaders van de sociale en artistieke sector. Meer zelfs: ze dringt vaak (ongewild) binnen in andere (beleids)domeinen. Een sociaal-artistieke werking zoals rocsa, die vertrekt vanuit haar positie in een stad en wijk, inspeelt op de talenten van (kwetsbare) deelnemers en hen uitdaagt, ontdekt zo vaak een nieuwe en ongekende dynamiek die een stuk verder reikt dan wat ‘sociaal-artistiek’ in de zin van ‘artistiek met een sterke sociale inslag’ wordt genoemd. Of nog: de context van waaruit we werken, de talenten van onze (kwetsbare) deelnemers, de creaties die hieruit voortvloeien… zijn divers, niet in één (sociaal-artistiek) hokje te plaatsen.
Transversaliteit en vernieuwing zijn met andere woorden eigen aan de sociaal-artistieke praktijk. Die identiteit brengt, naast vooral uitdagingen, ook knelpunten met zich mee.
rocsa in Rabot-Blaisantvest
Binnen het kader van de stadsvernieuwingsbeweging ‘Bruggen naar Rabot’ verhuisde rocsa, naast een buurtwerking ook een spelotheek, een woonwinkel en centrum voor Samenlevingsopbouw, in 2005 naar de wijk Rabot-Blaisantvest. Enkele jaren geleden werd deze wijk door de Koning Boudewijnstichting uitgeroepen tot de armste grootstedelijke wijk van Vlaanderen. De cijfers zijn illustratief: het is de dichtstbevolkte buurt in Gent, met meer dan 70 nationaliteiten, meer dan een vierde van de inwoners is jonger dan 20 jaar, de wijk heeft het laagste gemiddelde inkomen in Gent, enzovoort.
De verhuis naar Rabot-Blaisantvest betekende voor rocsa een nieuwe start, zowel intern als extern: een nieuw team met een nieuwe visie gooide de boeg radicaal om. Dat was nodig. Sociaal-artistiek werken is per definitie contextgebonden werken. De omringende context
van de wijk Rabot-Blaisantvest bleek niet alleen vrij kwetsbaar, maar ook grotendeels verzuurd. De focus bij de bewoners lag voornamelijk op overleven, eerder dan op samenleven, de hoogdringendheid van het ‘oplossen’ van schrijnende armoedeproblemen vrat alle energie van de sociale partners op, groots opgezette inspraakmomenten verzandden in algehele ‘klaagmomenten’… Het negatieve imago van de buurt had niet enkel de bewoners, maar ook de professionelen die er werkten in de tang.
CREATIEVE ONTMOETINGEN OP DE SITE
Kort na het aantreden van het nieuwe rocsa-team deed zich een ongelofelijke opportuniteit voor. De gebouwen van een oude fabriek werden gesloopt, en in afwachting van een sanering en verkaveling kwam een gigantisch open terrein braak te liggen midden in de wijk. Een aanvankelijk negatief discours over overlast, vervuiling en een mogelijk gebrek aan sociale controle werd gecounterd. Samen met enkele bewoners, buurtpartners en sociale en culturele partners nam rocsa het initiatief om deze plek een ‘tijdelijke creatieve invulling’ te geven onder de noemer ‘de Site’.
Rocsa werd trekker van het project. De stuurgroep voor de Site (bestaande uit vertegenwoordigers van Samenlevingsopbouw, Buurtwerk Rabot-Blaisantvest, vzw Jong, Dienst Kunsten, Dienst Gebiedsgerichte Werking en Vernieuwing, Milieudienst en de Dienst Feestelijkheden van de Stad Gent) koos hiermee bewust voor een jonge sociaal-artistieke partner die de nodige meerwaarde kon bieden en een positief kader scheppen voor stadsvernieuwing. Dit vanuit de idee dat stadsvernieuwing niet enkel stedenbouwkundig, maar ook sociaal en cultureel krachtige impulsen aan een buurt kan geven. “Rocsa kan door haar structuur én haar eigenheid als geen andere organisatie kort op de bal spelen en het ‘bindmiddel’ zijn tussen de verschillende sociale, culturele en artistieke organisaties die de Site doen groeien en leven.” (Visietekst de Site, mei 2008)
Op de Site worden naast de dagelijkse bedrijvigheid op de voetbalveldjes, in de volkstuintjes en op het strand, geregeld evenementen en kortlopende projecten opgezet. Zo werd tijdens het laatste weekend van juni tegelijkertijd de muziekhappening ‘Afro Root Festival 09’ en ‘Camping Nomade’, een mobiel ‘kunst-tent-werken’-kamp, georganiseerd. Door op één plek verschillende mensen met verschillende interesses en achtergronden samen te brengen, door de Site doordacht als presentatieplek te gebruiken en buurtgebonden en buurtoverstijgende activiteiten naast elkaar te tonen, stimuleren we de culturele uitwisseling en de verknoping van sociale relaties tussen groepen van binnen en buiten de wijk, mét resultaat.
MADE BY OYA = SOCIAAL-ARTISTIEK, EN ECONOMISCH?
Zo ontstond ook het project ‘Made by OYA’ op de Site. Verschillende vrouwen van voornamelijk Turkse origine kwamen er samen om te ‘handwerken’. Hun handwerkjes verkochten ze vervolgens aan een (zeer) zacht prijsje. We koppelden deze vrouwen aan drie textielkunstenaars: textielontwerpers Sofie De Ville (onder meer Textielmuseum Tilburg, winnaar Portfolio 07) en Julie Maeseele (onder meer Kaat Tilley, 20 jonge Wolven vs. Rogier van der Weyden) en (theater)kostuumontwerpster Katrien Baetslé (onder meer de Queeste, Isabelle de Borchgrave). En het klikte.
Sinds het najaar van 2008 komen 35 vrouwen wekelijks samen om te weven, haken, breien en naaien. Ondertussen staan zo’n 60 geïnteresseerden op een wachtlijst. Niet alleen textielcultuur,-geschiedenissen en -kennis worden uitgewisseld, de verbeelding van de vrouwen wordt door Sofie, Katrien en Julie ook ‘getriggerd’ door het aanreiken van nieuwe materialen, door het werken met niet-alledaagse ontwerpen, door samen naar musea te gaan (voor velen een eerste ervaring) … Hun ‘ambacht’ wordt zo verfijnd en ‘artistiek’ uitgedaagd.
Momenteel werken de vrouwen aan een eerste eigen collectie en aan ‘Bruidsschat’, een artistieke installatie. “Met Bruidsschat willen we het gebruik van tradities in een hedendaagse context stimuleren. We focussen op de beleving, de ambachtelijke en emotionele waarde en
de artistieke vertaling van het concept ‘bruidsschat’.” (Conceptnota Bruidsschat, juni 2009) Dit najaar verzamelen en archiveren de vrouwen materiaal in hun scrapbooks en op moodboards. In het voorjaar zullen ze via abstractie van dit verzameld materiaal tot een nieuw en
eigentijds geheel komen: een bruidsschat voor de 21ste eeuw, ontstaan in de hedendaagse samenleving. De installatie zal voor het eerst aan een publiek worden getoond in het Gentse MIAT tijdens de Gentse Feesten. Daarna gaat Bruidsschat op tournee langsheen musea, tentoonstellingsruimtes, trouwbeurzen enzovoort.
Tot zover en in een notendop Made by OYA als sociaal-artistiek traject ‘pur sang’.
Op vraag van de deelnemers zetten we een stap verder: vanuit het sociaal-artistiek traject onderzoeken we in hoeverre we een duurzaam sociaaleconomisch traject kunnen opzetten. Heel wat deelnemers komen immers uit een vrij kwetsbare positie. Hun textielkennis vormt
nu al een (beperkte) bron van inkomsten: ze verkopen zelfgebreide sjaals en ‘patikler’, maken gordijnen voor een zacht prijsje… Waarom dan niet de gezamenlijke creaties verkopen? Niet alleen de deelnemers zijn vragende partij, op een eerste openatelierdag in juni lokten we ook heel wat nieuwsgierigen en kooplustigen.
Maar hoe organiseer je zo’n sociaal-artistieke economie? Samen met onder meer de Dienst Economie, de Stedelijke Integratiedienst van de Stad Gent en het sociaaleconomisch expertisecentrum De Punt bekijken we hoe we één en ander kunnen vormgeven. En dat is niet makkelijk. Ofwel zijn de bestaande sociaaleconomische structuren te stringent en zijn ze vooral bedoeld als een opstap naar een reguliere economie. Ofwel is het onmogelijk om vanuit de verschillende statuten van de vrouwen een ‘sociaaleconomisch profiel’ te boetseren… Onze zoektocht staat nog in de kinderschoenen, en vormt voor alle betrokken partijen een stevige, maar boeiende opgave.
EEN SOCIAAL-ARTISTIEK KADER VOOR EEN VERNIEUWENDE, TRANSVERSALE WERKING
De koppeling van sociaal-artistiek en sociaaleconomisch is nieuw en uniek. Het illustreert een denken buiten de gekende kaders, een honger naar vernieuwing en een transversale visie. Maar voor wie denkt in verbanden - en niet in structuren - is het moeilijk om binnen
opgelegde (beleids)structuren begrepen en erkend te worden. Sociaal-artistieke werkingen zouden nochtans het ideale kader moeten vormen om sectoroverschrijdend te werken. De Memorie van Toelichting van het Kunstendecreet (december 2003) waaronder het sociaalartistieke werk ressorteert, stelt: “Waar oorspronkelijk armoedebestrijding en toeleiding naar cultuur naar voor werd geschoven, worden vandaag ook begrippen als ‘stedelijke ontwikkeling’ aangehaald. De sociaal-artistieke praktijk was, is en blijft een zeer divers scala van werkingen en processen die worden opgezet. Een van de kenmerken van goede sociaal-artistieke werkingen is hun capaciteit om steeds buiten de kaders te denken en te werken.” Sociaal-artistieke werkingen worden binnen de Memorie verder toegelicht onder ‘omkadering’. “Omkadering behelst alle initiatieven die genomen worden om tot een beter begrip, bekendheid of kennis van de kunsten te komen.”
Samengevat: sociaal-artistieke werkingen mogen dan wel denken en werken buiten de kaders, een artistieke finaliteit moet voorop staan.
Ook in Made by OYA is onze eerste betrachting om een goed artistiek resultaat neer te zetten. Tijdens de ateliers wordt evenwel telkens duidelijk dat het project steeds nieuwe en andere opportuniteiten stelt, in de eerste plaats een (sociaal-)economische.
Onze ‘andere’ aanpak en niet-evidente vragen impliceren voor de (sociaal-)economische samenwerkingspartners een totaal ander denken. Ondertussen kwam er voor Made by OYA ook al interesse vanuit andere hoeken: vormingsorganisaties zijn geïnteresseerd in hoe we het taalprobleem en het analfabetisme van een aantal vrouwen counteren door ‘textiel als taal’ te hanteren, een commercieel textielbedrijf is bereid de Made by OYA-producten mee te verkopen op beurzen, we werden geselecteerd voor Quartier Bricolé, een laboproject voor erfgoedactualisering dat startkansen wil bieden aan ontwerpers van ambachtelijk design, enzovoort.
Zo beperken we ons niet langer tot ‘vernieuwing van de eigen gehanteerde methoden’, zoals het criterium in het Kunstendecreet luidt, maar gaan we op zoek naar een vernieuwing die breed en diep raakt, die verder reikt dan de eigen niche en vernieuwend is voor ook andere
sectoren. We volgen de huidige beoordelingscommissie sociaal-artistiek werk in haar recente Landschapstekening: “Innoverende initiatieven en/of methodes moeten het gevolg zijn van een organisch consequente keuze en mogen ook hier verdieping niet in de weg staan.” Maar dan lezen we: “Er mag nog wat meer van hetzelfde zijn.” Vernieuwing van het sociaal-artistieke landschap schuilt volgens de commissie voornamelijk in het verkennen van “disciplines die minder aan bod komen zoals dans, beeldende kunst en muziek” en het geografisch overschrijden van grenzen via een internationale werking, het ontplooien van werkingen in landelijke gebieden enzovoort. Nergens is nog sprake van ‘stedelijkheid’ en/of ‘transversaliteit’. Wijkgericht werken kan de sociaal-artistieke praktijk weliswaar bevruchten, maar dan vooral “met betrekking tot het verhogen van de sociale mix”.
Vernieuwing lijkt zich zo te beperken tot het (beter) geografi sch spreiden van sociaal-artistieke werkingen en het verbreden van de artistieke input en de groep deelnemers. Maar vernieuwing is ook het zoeken naar nieuwe soorten kwaliteit, naar lege plekken. Het is eigen
aan het sociaal-artistiek werk om buiten de bestaande kaders te denken en te werken. Ons werk fungeert vaak als katalysator: via een artistiek verbeeldingsproces worden op een creatieve manier nieuwe oplossingen en antwoorden gezocht en aangereikt. Die oplossingen en
antwoorden beperken zich niet tot één enkel beleidsdomein of bureaucratie. We moeten in dialoog met deelnemers, kunstenaars en diverse samenwerkingspartners (ook niet-sociale en/of -artistieke actoren) dan ook onze deskundigheden durven delen. In het belang van onze deelnemers moeten we de grenzen van het sociaal-artistieke ‘pur sang’ durven overschrijden. We moeten durven vernieuwen over sectoren heen, transversaal, en zo onze eigen werking én die van onze partners verbreden en verdiepen.
























































