rocsa » de-torens-van-pandora.html » de torens van pandora
de torens van pandora

de torens van pandora

Geschreven op vrijdag 11 december 2009 door Evelyne.

In tienstiens 19 (herfst 2009) verscheen een artikel van bernadette vandecatsije van double face vzw over ‘de torens van pandora’.

rocsa & ‘De torens van Pandora’

‘De torens van Pandora’ begon drie jaar geleden. De torenflats aan het Rabot, waarvan we ondertussen weten dat ze afgebroken worden, werden via een pop poll in Zone 09 uitgeroepen tot het tweede lelijkste gebouw van Gent. Hoewel één blik omhoog voldoende is om te merken dat het hier niet om hoogstaande architectuur gaat, stond ik toch wel te kijken van zo’n uitspraak. Kan je een woonomgeving zomaar uitroepen tot lelijk zonder impliciet ook een uitspraak te doen over de mensen die er wonen, of heb je meteen ook een oordeel geveld over wat de bewoners van die plek hebben gemaakt? Met andere woorden, kleeft de sfeer aan de plek, en stuurt die ons esthetisch oordeel?
Of we het nu willen of niet, een uitspraak over lelijkheid klinkt altijd een beetje als een verdict.
Dat was de aanleiding voor mij om ter plekke op zoek te gaan naar schoonheidservaringen in de meest ruime zin van het woord: ‘Wat is schoonheid in het leven, en wat is schoonheid in de kunst, en hoe verhouden die zich tot elkaar?’ In de omgeving van deze woontorens, waar altijd wel iets aan de hand is, is de verstrengeling tussen mooi en lelijk heel nauw.

Ik vroeg aan de bewoners om een herinnering aan iets moois op te roepen: een moment, een beeld, een reis, een persoon…Kortom, om het even wat je als ‘mooi’ hebt opgeslagen in je herinnering. Tegelijk maakte ik een foto van het uitzicht dat de spreker heeft op de omgeving. Op die manier wou ik vatten hoe het is om in een (woon)toren te leven: naarmate je opstijgt in een toren, krijg je een ander zicht. De details over het leven op de grond maken plaats voor een panoramisch zicht op de omgeving. De schoonheidservaringen zijn hieraan parallel; het gaat van kleine, bescheiden ervaringen tot grootse beelden en herinneringen. Als je beide combineert, krijg je een beeld van het levensgevoel in een woontoren.

‘Wie beslist over schoonheid?’ werd tentoongesteld in een gerenoveerd industrieel pand in de wijk (het marktonderzoeksbureau van mo trace aan de Nieuwe Vaart) en werd later hernomen op de site van het gerechtsgebouw. Het resultaat vond ook neerslag in een cataloog die n.a.v. de tentoonstelling gemaakt werd. Dergelijke presentaties zijn belangrijk, het geeft enige tastbaarheid aan de geschiedenis van deze en gelijkaardige plekken. Terwijl in het centrum van de stad de sporen van de tijd bewaard en geëerd worden, wordt op plaatsen als deze alles voortdurend weggewist. De geschiedenis wordt hier als het ware voortdurend overschreven door nieuwe gebeurtenissen, bestemmingen en migratiegolven. Daardoor ontwikkelt zich weliswaar een eigenheid, maar die krijgt niet de tijd om zichtbaar te worden. Door deze eigenheid, in samenwerking met bewoners en gebruikers van de plek, te beschrijven en te tonen in presentaties en publicaties, willen we meewerken aan de karaktervorming van deze omgeving.

Bouwen aan een imaginaire stad

Door het intensieve werken in de woontorens kreeg ik een gedetailleerd beeld van een bijzonder gevarieerde biotoop: je ontmoet er mensen van alle leeftijden, herkomst, kleur, gezindheid en gezondheid. Ik kwam er honden en katten tegen. En voor je het weet ben je aan een vervolg bezig: hoe reageren kinderen op deze omgeving? Zo merkte ik dat je vanuit het raam van klaslokaal 3b van basisschool ‘De Muze’ de torenflats ziet staan. Welk beeld hebben de kinderen van die woonomgeving? Vinden zij die gebouwen ook lelijk, lijkt het onaangenaam om er te wonen? Welke fantasieën, verlangens en oplossingen hebben kinderen als het op woontorens aankomt? Wat gebeurt er als we hen aan het werk zetten? Gaan ze de stad, de wereld hertekenen? Gaan ze m.a.w. een imaginaire stad, wereld creëren? Het resultaat werd samengevat in een boekje.

Het spanningsveld tussen schoon en lelijk

Vlaanderen is geen slechte plek als je de verstrengeling tussen schoon en lelijk nader wil bekijken: het landschap nodigt er toe uit en schoonheidservaringen slaan als gespreksthema wel aan. We besloten om ‘Wie beslist over schoonheid?‘ uit te breiden naar andere plekken.
Als tweede locatie kozen we voor de kust en meer bepaald Oostende. Hier heb je een gelijkaardige discussie als in Gent: het Europacentrum in Oostende (34 verdiepingen hoog) is voor veel Oostendenaars het lelijkste gebouw van de stad. Het zou moeten verdwijnen, of op zijn minst afgetopt worden. Ik volgde aanvankelijk dezelfde methode als in Gent, verdiepingsgewijs fotomateriaal en uitspraken verzamelen. Maar het werken in Oostende bracht een aantal andere kenmerken naar voor: waar je in Gent, als je verschillende uitzichten combineert, tot een 360 graden panorama komt, heb je hier veel meer een voor- en een achterkant, een zee- en binnenlandkant. En het gaat om de private markt, je hebt eigenaars en huurders. Dat is erg bepalend: langs de binnenlandzijde van het gebouw vind je een aantal bescheiden studio’s, op de bovenste verdiepingen riante appartementen die beide kanten verbinden. En, helemaal on top, de ‘plaatselijke grondeigenaar’ (als je het zo kan noemen) met een persoonlijke lift naar het dakappartement, dat het volledige gebouw in beslag neemt. De Oostendenaar blijkt bovendien een lang geheugen te hebben: bijna iedereen weet dat hier 40 jaar geleden een theater stond. De toren blijft een doorn in het oog, hij is vreemd en onbekend, en bron van ‘urban legends’, gaande van een nakende instorting tot straffe misdaadverhalen. Het materiaal dat we over Oostende hebben, is dus anders, en daagt uit om tot een andere presentatie dan die in Gent te komen. Om een voorbeeld te geven: in een flatgebouw als die in Gent, krijg je naarmate je opstijgt, je meer contact met de lucht krijgt en je verwijdert van de drukte op de grond, een gevoel van vrijheid, die trouwens in de uitspraken vaak naar voor komt. In de Europatoren, die dubbel zo hoog is, en waarvan de bovenste verdiepingen vaak in de mist gehuld zijn, krijg je naarmate je stijgt, een gevoel van isolement, en van ongenaakbaarheid. Al die verschillende kenmerken en gevoelswaardes (vrijheid, isolement, bescherming, verdediging, uitkijkpost, cel) die ik in de woontorens vond, vind je ook terug in mythes, sprookjes, en teksten allerhande over torens. Dat maakt de artistieke productie interessant.

Dieren en dierenafbeeldingen

De rol die dieren in deze woonomgeving spelen is waarschijnlijk onderschat. Honden bijvoorbeeld spelen hier niet alleen een rol als gezelschapsdier, het blijken ook prima netwerkers te zijn. Net zoals je op een volle bus of tram je medemens niet zomaar in de ogen kijkt, praat je in een flatgebouw niet zomaar met een medebewoner. Ben je in het gezelschap van een huisdier dan ontstaat er als het ware automatisch een vorm van solidariteit. Ik raakte gefascineerd en wou het levensgevoel in een woontoren via een andere levensvorm, namelijk het dier, te pakken krijgen. Wat betekent het voor dieren om in een woontoren te leven? Hoe gaan mensen hier met dieren of met het gemis aan dieren om? Worden ze gekoesterd, geromantiseerd, getreiterd, gehaat? Of fantaseren we over hen, zoals de hardnekkige verhalen over de vos die in de Rabotwijk zou rondlopen? In elk geval, ze worden tot symbolen getransformeerd, waardoor ze een leven in de verbeelding gaan leiden, en waarbij ze inspiratiebron worden voor kunstenaars maar ook voor wetenschappers, informatici. Als je bovendien merkt dat het aanknopen van menselijk contact in deze omgeving ofwel via dieren of via elektronica verloopt wordt het erg intrigerend om hun rol verder te onderzoeken. Meteen het thema van de reeks ‘de torens/de dieren’ …

In dit traject, waarbij heel wat mensen betrokken waren, stonden dierenafbeeldingen in kunst en wetenschap centraal. Er werd textiel ontworpen en uitgevoerd en tentoongesteld in het MIAT. In de cataloog is een knipselboek opgenomen. Het is een amalgaam van vrije associaties op het thema. Hier blijkt dat het dier niet alleen inspireert en blijft inspireren in de beeldende en de toegepaste kunst. Ook wetenschappers gaan op zoek naar inspiratie bij het dier, of eerder, ze gebruiken de omweg van het dier om menselijke capaciteiten na te bootsen. En dan is het vooral de verhouding mens - dier en intelligente machine die ter sprake komt. Het lijkt erop dat het dier ingeschakeld wordt om de toepassing van nieuwe technologieën mogelijk of aanvaardbaar te maken.

Ode aan de rechte hoek

Wat de architecturale waarde betreft, zijn de woontorens in Gent en Oostende ondermaats, uit geen van beide spreekt inspiratie, durf of visie. Toch zijn torens archetypische plaatsen die allerhande associaties aan vooruitgang oproepen, en dat moet ook in sommige woontorens terug te vinden zijn: ik wou een gebouw, of woonomgeving vinden die vanuit een geïnspireerde visie opgericht werd.
Mijn kennismaking met de modelwijk in Brussel gebeurde op een zomeravond, rond 23 uur; het was erg warm en het leek erop dat de oudjes allemaal naar buiten gekomen waren om de hond uit te laten. Ze leken niet angstig en waren toeschietelijk voor een gesprekje. Wat verteld werd, is enigszins anders dan in Gent, maar toch ook herkenbaar: er is een zekere trots over de omgeving, een fierheid hier te wonen, en er is minder angst. Maar de verhalen over samenwonen met mensen van verschillende afkomst lijken sterk op wat je in Gent en andere plaatsen hoort.

bernadette vandecatsije

Leave a Reply

klankbord

klankbord

donderdag 10 september 2009
camping nomade

camping nomade

donderdag 4 juni 2009
zet jezelf eens buiten

zet jezelf eens buiten

vrijdag 20 februari 2009
We maken een draak!

We maken een draak!

maandag 19 januari 2009
europa in oostende

europa in oostende

maandag 28 juli 2008
studie over blaisantvest

studie over blaisantvest

maandag 23 juni 2008
Koer op stelten!

Koer op stelten!

woensdag 16 april 2008
gezocht!

gezocht!

woensdag 20 februari 2008